Consultatie: Verzamel-AMvB Omgevingswet 2022

[Contact us for a price]
 

Description

De Verzamel-AMvB Omgevingswet 2022 bevat technische wijzigingen in de vier AMvB’s van de Omgevingswet: het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit. Daarnaast worden kleine onvolkomenheden in de bruidsschat gecorrigeerd. De bruidsschat zorgt ervoor dat rijksregels over activiteiten in de leefomgeving naar omgevingsplannen van gemeenten of verordeningen van waterschappen worden verplaatst.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt

Burgers, maatschappelijke organisaties, rechterlijke instanties, bedrijven, gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk.

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen

Burgers, bedrijven en bestuursorganen zullen bij het werken met het stelsel met minder onvolkomenheden worden geconfronteerd. Het herstel van omissies leidt ertoe dat onbedoelde en onvoorziene gevolgen van omissies niet optreden, wat ook bijdraagt aan de bescherming van het milieu. Ook voorkomt dit besluit gedoogsituaties die anders waarschijnlijk zouden zijn ontstaan, omdat het naar de letter naleven van enkele bepalingen onevenredig bezwarend zou zijn.

Het betreft slechts kleine technische wijzigingen met betrekking tot het besluit bodemkwaliteit.

In het concept staat op pagina 11 en 12 het volgende over het Besluit bodemkwaliteit:

ARTIKEL VIII (Besluit bodemkwaliteit) Het Besluit bodemkwaliteit wordt als volgt gewijzigd:

A In artikel 1, eerste lid, vervalt “Onze Ministers” en de bijbehorende begripsomschrijving.

B In de artikelen 9, tweede lid, 10, eerste lid, 11, derde lid, 12, tweede lid, 17, eerste en tweede lid, 19 en 20, wordt “Onze Ministers” vervangen door “Onze Minister”.

C In de artikelen 9, eerste lid, 10, derde lid, 23, eerste, tweede en derde lid en 25, eerste lid, wordt “Onze Ministers kunnen” vervangen door “Onze Minister kan”.

D In artikel 9, vierde lid, wordt “Onze Ministers stellen” vervangen door “Onze Minister stelt” en wordt “door hen aangewezen website” vervangen door “door Onze Minister aangewezen website”.

E In artikel 11, eerste lid en artikel 12, derde lid, wordt “Onze Ministers beslissen” vervangen door “Onze Minister beslist”. 12

F In artikel 11, tweede lid, wordt “Onze Ministers verlenen” vervangen door “Onze Minister verleent”.

G In artikel 23, zesde lid, wordt “kunnen Onze Ministers” vervangen door “kan Onze Minister”.

H In artikel 24 wordt “Onze Ministers verwerken” vervangen door “Onze Minister verwerkt”.

I Artikel 55, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit komt te luiden: 1. De gemeenteraad legt ten behoeve van het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, van het gebied binnen de gemeente op een kaart de bodemfunctieklassen, zijnde industrie of wonen, vast.

J In artikel 66, tweede lid, vervalt “2.”

 

Nota van toelichting: ARTIKEL VIII (Besluit bodemkwaliteit)
Onderdelen A tot en met H (artikelen 1, 9, 10, 11, 12, 17, 19, 20, 23, 24 en 25 Besluit
bodemkwaliteit) [artikel 91 Wet bodembescherming]
In het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (Stb, 2021, 98) is het Besluit bodemkwaliteit aangepast. Daarbij is verzuimd om van de gelegenheid gebruik te maken om overal het begrip “Onze Ministers” te vervangen door het begrip “Onze Minister”.

Omdat de grondslag van het Besluit bodemkwaliteit in de Wet milieubeheer zit, zijn de begripsbepalingen uit artikel 1.1, eerste lid, van die wet van toepassing. “Onze Minister” is in de Wet milieubeheer gedefinieerd als Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
De medeondertekening is destijds in het Besluit bodemkwaliteit terechtgekomen in verband met de vaststelling van toepassingseisen voor grond en baggerspecie op landbouw- en natuurgronden.

Het toepassen van grond en baggerspecie op de bodem of in oppervlaktewater zal na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geregeld in het Bal. Een groot deel van de bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit, dat op toepassen betrekking had, komt 23
dan te vervallen. De resterende bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit hebben op andere onderwerpen dan het toepassen van grond en baggerspecie betrekking. Die andere onderwerpen vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de Minister
van Infrastructuur en Waterstaat. Er is dan geen aanleiding meer voor ambtelijke afstemming of medeondertekening van wijzigingen van het Besluit bodemkwaliteit door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit voor uitvoeringsregelgeving op grond van de resterende bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit. Met deze wijziging wordt het Besluit bodemkwaliteit hierop aangepast.
Deze aanpassing sluit aan op de huidige praktijk. De wijzigingen van de Regeling bodemkwaliteit, die van tijd tot tijd plaatsvinden vanwege de noodzaak van actualisatie van de verwijzingen naar normdocumenten, worden al jaren niet meer medeondertekend door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

Onderdeel C (artikel 55 Besluit bodemkwaliteit) [artikel 12a, vijfde lid, Wet bodembescherming]
Dit artikel gaat over kaarten, waarop de landbodem van de gemeente ten behoeve van het toepassen van grond of baggerspecie in bodemfunctieklassen wordt ingedeeld (de bodemfunctieklassenkaart).

In artikel 22.1 van de Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen voor de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet. Blijkens artikel 3.5, tweede lid, gaat het om kaarten die zijn vastgesteld met toepassing van artikel 12a, vijfde lid, van de Wet bodembescherming. Tot deze kaarten behoren onder meer de bodemfunctieklassenkaarten. Volgens artikel 12a, vijfde lid, worden de kaarten vastgesteld door het bestuursorgaan dat is aangewezen op grond van artikel 12a, tweede lid, van de Wet bodembescherming. Op grond van artikel 12a, tweede lid, is in artikel 44, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit, de gemeenteraad als
bestuursorgaan aangewezen. Dat houdt in dat de gemeenteraad, die als bestuursorgaan op grond van artikel 12a, tweede lid, is aangewezen, ook de kaarten bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, zou moeten vaststellen. In artikel 55, eerste lid, van het Besluit
bodemkwaliteit is echter bepaald dat bodemfunctiekaarten worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit is dus niet in overeenstemming met artikel 12a, vijfde lid, van de Wet bodembescherming.
Het onderhavige artikel herstelt deze omissie. Hierin is nu overeenkomstig art. 12a, vijfde lid juncto tweede lid, van de Wet bodembescherming juncto artikel 44, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit bepaald dat een bodemfunctieklassenkaart moet worden
vastgesteld door de gemeenteraad in plaats van het college van burgemeester en wethouders. In artikel II is overgangsrecht opgenomen waarmee bodemfunctieklassenkaarten die ten waren vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, worden aangemerkt als kaarten die zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorziet artikel 22.1 van die wet erin dat de bodemfunctieklassenkaarten onderdeel worden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

24
Onderdeel J (artikel 66, tweede lid, Besluit bodemkwaliteit)
Dit is een wetstechnische aanpassing. Omdat in Artikel I, onderdeel C het eerste lid van artikel 66 van het Besluit bodemkwaliteit komt te vervallen, bestaat dit artikel niet meer uit twee leden. Met het verwijderen van “2.” wordt dit aangepast. Voor een nadere toelichting bij deze wijziging wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij Artikel I, onderdeel C.