Hét kennisinstituut voor bodem, bouw- en afvalstoffen
Filter FAQ's

Geavanceerd zoeken

De antwoorden op alle (niet vertrouwelijke) vragen, gesteld via de helpdesk door leden van Schreurs Support zijn verzameld in onderstaande database. Midddels de filter aan de onderzijde kunt u filteren.

De vragen met antwoorden zijn alleen toegankelijk voor leden.

Wordt nu lid voor 575 euro per jaar. Bekijk hier de voordelen van het lidmaatschap van Schreurs Support.

Klopt het dat bij in-situ partijkeuringen avegaar boren conform BRL2100 dient te worden uitgevoerd? Of is er een nieuwe vrijstelling gekomen?

 

Wanneer is er een aanlegvergunning (omgevingsvergunning) nodig voor het toepassen van grond?
Bijv. een landbouw perceel aanhogen, een geluidwal aanleggen, een gat/cunet opvullen.

 

De bij baggerwerkzaamheden vrijgekomen baggerspecie is binnen het projectgebied ontzand. Het vrijgekomen materiaal (zand) voldoet na AP04-keuring aan klasse B baggerspecie. Er heeft enkel zandscheiding van de baggerspecie uit dit specifieke project plaatsgevonden.

Kan dit materiaal nu nog als baggerspecie klasse B worden verwerkt?

 

In het kader van een RO naar Wonen en de vraag of asbestbodemonderzoek nodig is, hebben we een vraag over de interpretatie van bijlage E NEN507/NEN5897, ofwel vooronderzoek Asbest. In deze bijlage staat: "Het aantreffen van enig puin maakt een locatie niet automatisch asbestverdacht. Echter, er moet wel goed worden onderbouwd dat dit puin geen asbest bevat. Voor een nadere uitwerking van de kans op het aantreffen van asbest in puin en granulaat wordt verwezen naar NEN 5897. Alleen indien voldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat puin en puingranulaat eenduidig definieerbaar zijn en er gezien typering, ouderdom, bijmengingen en historisch onderzoek niet kan worden gerelateerd aan asbest, dan mag de locatie als onverdacht worden beschouwd. Indien onvoldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat in het aanwezige puin en granulaat geen asbest voorkomt, dan moet de locatie altijd als asbestverdacht worden beschouwd."

De asbestverdenking lijkt volgens de hierboven geciteerde passage onafhankelijk te zijn van de hoeveelheid puin. Anders gezegd.. als voor een spoortje puin onvoldoende weerlegd kan worden dat deze asbestverdacht is, dan blijft het asbestverdacht en zou je dus cf. de norm asbestbodemonderzoek moeten uitvoeren.

Wat in de bijlage niet heel goed lijkt te zijn uitgewerkt is of je de hoeveelheid puinbijmenging bepalend is in je afweging of er daadwerkelijk asbestonderzoek nodig is. Mag je onder een bepaalde puingradatie - ongeacht of deze nu wel/niet asbestverdacht is - stellen dat gelet op de hoeveelheid puin de kans op normoverschrijdende asbestconcentraties zo gering is dat asbestbodemonderzoek (ondanks de verdenking) niet nodig is?

Vraag: hoe laten we de mate van puinbijmenging meewegen
1) in de beslissing of het puin asbestverdacht is
2) in de beslissing of er daadwerkelijk asbestbodemonderzoek nodig is.
En als we het laten meewegen, zijn hier dan richtlijnen voor (bv. mate van puinbijmenging uitgedrukt in %).

 

We hebben hier op kantoor een discussie. Volgens mijn collega heb je voor een asbest in grond sanering alleen 6001 nodig (ook voor de uitkeuring) en geen 2018. Een concullega merkte op dat de mkb-er diende te beschikken over 6001 en 2018. Ik kan dat van mijn collega alleen niet vinden ter onderbouwing. Jij wellicht wel?!

Site: Heb je voor een asbest in grond sanering alleen een certificaat en erkenning voor protocol 6001 nodig of ook voor protocol 2018?

 

In het kader van natuurbeheer worden plaggen verwijderd tot op de zandgrond. De plaggen worden toegepast op een agrarisch perceel. Omdat er zo veel organisch stof in de plaggen zit wordt gesteld dat geen sprake meer is van grond, maar van het toepassen van meststoffen. Is het Besluit bodemkwaliteit toch hierop van toepassing? 

 

In een partij grond overschrijdt zink de emissietoetswaarde. Dient er nu 1 kolomproef te worden uitgevoerd, of separaat op iedere emmer zodat je dan 2 meerwaarden krijgt die je dan weer moet middelen?

 

Wij hebben van een aannemer de vraag gekregen of zij het freesasfalt wat vrijkomt bij de aanleg van een nieuwe rijksweg tijdelijk mogen toepassen. als verharding/fundering voor een bouwweg. Daarna willen ze het granulaat weer oppakken en afvoeren naar de asfaltcentrale (crow210) of als agrac toepassen in het te maken trace. Mag je een tijdelijke toepassing van een niet vormgegeven bouwstof toestaan zonder kwaliteitscertificaat.? 

 

Mijn vraag gaat over het toepassen van breuksteen.
Moeten we een partij van 20.000 ton breuksteen 10/60 (kg) keuren die:
1) al dan niet van eigenaar wisselt,
2) al dan niet wordt bewerkt,
3) in een ander werk onder min of meer dezelfde condities wordt toegepast.

Zo ja, welk keuringsprotocol is van toepassing (1003?) en welke bedrijven mogen de keuring dan uitvoeren?
Moet de toepassing van de breuksteen gemeld worden bij het centrale meldpunt?

Geen idee hoe het precies zit met beruksteen.

 

Is er ergens schriftelijk zoals jurisprudentie, het minimale % asfalt aangegeven in granulaatmengsels met nuttige toepassing? Of dat voor een dergelijk mengsel het uitgangspunt is dat asfalt het hoofdbestanddeel moet zijn?

In B&R Bodemkwaliteit is voor asfaltprodukten en granulaatmengsels met asfalt vrijstelling van minerale olie aangegeven.
Er staat echter niet aangegeven dat asfalt in een dergelijk mengsel het hoofdbestanddeel moet zijn of een minimale %.