Staatssecretaris Bertram (IenW) informeert de Tweede Kamer over de bevoegdheden van decentrale overheden in het Circulair Materialenplan (CMP) om zelfstandig lokale maatregelen te treffen voor het toepassen van secundaire bouwstoffen. In het bijzonder bij staalslak. Hierover waren eerder misverstanden ontstaan.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft verduidelijkt dat gemeenten en andere decentrale overheden hun bevoegdheden behouden bij het nemen van maatregelen rond het gebruik van secundaire bouwstoffen, zoals staalslak. Deze toelichting volgt na vragen die ontstonden na de invoering van het Circulair Materialenplan (CMP).
Het CMP roept overheden op om geen algemene of generieke beperkingen in te voeren voor het toepassen van secundaire bouwstoffen. In plaats daarvan wordt gevraagd om per situatie te kijken naar de aard en kwaliteit van het materiaal en naar de specifieke kenmerken van de locatie waar het wordt toegepast. Daarbij blijft de bevoegdheid van het lokale gezag volledig intact. Gemeenten kunnen dus altijd maatwerkregels of voorschriften vaststellen wanneer dat nodig is om mens en milieu te beschermen.
Voor staalslak geldt momenteel al een tijdelijke landelijke regeling. Nieuwe toepassingen zijn voorlopig verboden of vergunningplichtig vanwege mogelijke risico’s voor milieu en gezondheid. Deze regeling geldt tot 22 juli 2026 en kan mogelijk worden verlengd tot 22 januari 2027.
Daarnaast is een landelijke taskforce opgericht die zich richt op bestaande toepassingen van staalslak. Deze groep van verschillende overheden werkt aan een gezamenlijke aanpak en zorgt ervoor dat kennis over mogelijke risico’s beter beschikbaar komt voor burgers en bedrijven.
Met deze toelichting wil het ministerie duidelijk maken dat lokale bestuurders ruimte houden om verantwoordelijkheid te nemen voor hun leefomgeving.
Bron: Rijksoverheid.nl