De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over verschillende ontwikkelingen binnen het bodembeleid. In de Kamerbrief staan vier onderwerpen centraal: de regels voor het toepassen van staalslakken, het principe ‘de vervuiler betaalt’, het overgangsrecht voor het verondiepen van diepe plassen en de voortgang van de aanpak van spoedlocaties en PFAS-verontreinigingen.
Regels voor toepassing van staalslakken
Sinds 23 juli 2025 geldt een tijdelijke regeling voor het toepassen van LD- en ELO-staalslakken. Deze regeling bevat een verbod voor bepaalde toepassingen op land. Het gaat om niet-vormgegeven bouwstoffen die voor meer dan 20 massaprocent uit LD- en/of ELO-staalslak bestaan en die worden toegepast:
- in lagen dikker dan 0,5 meter;
- op locaties waar mensen rechtstreeks in contact kunnen komen met het materiaal of het vrijkomende stof.
Voor andere toepassingen op land geldt een vergunningplicht. De tijdelijke regeling wordt met een halfjaar verlengd tot 23 januari 2027.
Het ministerie onderzoekt welke regels daarna nodig zijn. Daarbij wordt gezocht naar een regeling die effectief, proportioneel, wetenschappelijk onderbouwd en juridisch houdbaar is. Ook toepassingen van staalslakken in water worden hierbij betrokken.
Daarnaast is in maart 2026 de Taskforce Bestaande Toepassingen Staalslak gestart. Deze taskforce houdt zich bezig met bestaande toepassingen en staat onder onafhankelijk voorzitterschap van de Haarlemse burgemeester Jos Wienen. Ook wordt gewerkt aan een haalbare oplossing voor de situatie in Spijk.
Principe ‘de vervuiler betaalt’
In de brief gaat de staatssecretaris ook in op de motie Kostić/Soepboer. Deze motie vraagt om een stevige borging van het principe dat vervuilers zelf opdraaien voor de kosten van schade door PFAS-verontreiniging en het onjuist toepassen van staalslakken.
Volgens het kabinet houdt dit beginsel in dat de kosten van milieuverontreiniging zoveel mogelijk op de veroorzaker worden verhaald. De staatssecretaris beschouwt de motie daarmee als afgedaan.
Overgangsrecht voor diepe plassen met drie jaar verlengd
Nederland telt ongeveer 500 diepe plassen die zijn ontstaan door zand-, grind- of kleiwinning of door een dijkdoorbraak. Ongeveer 30 van deze plassen worden verondiept om doelen op het gebied van natuur, recreatie of waterveiligheid te realiseren. Hiervoor wordt grond of baggerspecie in de plas toegepast.
Sinds 1 januari 2024 gelden voor nieuwe verondiepingen een vergunningplicht en een mer-beoordelingsplicht. Bij de vergunningverlening wordt expliciet getoetst aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn. Daarmee moet de besluitvorming transparanter worden en moet de omgeving beter bij initiatieven worden betrokken.
Voor projecten die vóór 1 januari 2024 zijn gestart, gold aanvankelijk overgangsrecht tot 1 januari 2027. Dit overgangsrecht wordt met drie jaar verlengd. De reden hiervoor is dat:
- de nieuwe toetsingsmethodiek voor de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn nog wordt afgerond;
- het volledige vergunningtraject, inclusief vergunning en mer-beoordeling, ongeveer twee jaar duurt;
- verondiepingsprojecten gemiddeld tien jaar in beslag nemen;
- voorkomen moet worden dat lopende projecten voortijdig moeten stoppen.
De verlenging geldt niet voor verondiepingen die na 1 januari 2024 zijn gestart.
Voortgang aanpak spoedlocaties
Sinds 2015 wordt jaarlijks bijgehouden hoe de aanpak verloopt van bodemverontreinigingen die onaanvaardbare risico’s opleveren. Van de in totaal 1.742 geregistreerde spoedlocaties zijn eind 2025:
- 1.046 saneringen afgerond;
- 578 saneringen in uitvoering;
- 118 saneringen nog niet gestart.
In 2024 waren nog 136 saneringen niet gestart. De bevoegde overheden verwachten bij het grootste deel van de resterende locaties vóór 2030 met de sanering te beginnen.
Inventarisatie PFAS-locaties uitgebreid
Vrijwel alle voormalige bevoegde gezagen op grond van de Wet bodembescherming zijn gestart met het inventariseren van locaties die mogelijk met PFAS zijn verontreinigd. In de brief wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Potentieel verdachte locaties: locaties waar mogelijk een bodembedreigende activiteit met PFAS heeft plaatsgevonden.
- Potentieel verontreinigde locaties: locaties waar bureaustudie en historisch onderzoek aanleiding geven om PFAS-verontreiniging te vermoeden.
- PFAS-aandachtlocaties: locaties waar bodemonderzoek hoge PFAS-concentraties en onaanvaardbare risico’s voor mens, ecologie en/of verspreiding heeft aangetoond.
Er zijn op dit moment 3.917 potentieel verontreinigde PFAS-locaties geïnventariseerd. Van deze locaties zijn er 2.328 daadwerkelijk in beeld en worden er nog 1.589 aanvullend verwacht. Het gaat vooral om locaties waar:
- PFAS in productieprocessen is gebruikt;
- PFAS-houdend afval is verwerkt;
- PFAS-houdend brandblusschuim is toegepast.
De inventarisatie betekent niet automatisch dat al deze locaties daadwerkelijk ernstig verontreinigd zijn. Daarvoor is bodemonderzoek op locatie nodig. Overheden willen 576 locaties met voorrang onderzoeken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar gevoelig gebruik in de omgeving, zoals waterwingebieden, en naar de kans op een sterke verontreiniging.
Stand van zaken PFAS-aandachtlocaties
Op dit moment zijn 57 PFAS-aandachtlocaties vastgesteld:
- op 4 locaties is de sanering afgerond;
- op 8 locaties is de sanering in uitvoering;
- op 45 locaties moet de uitvoering nog starten.
Het doel is om in 2028 een duidelijker beeld te hebben van het totale aantal PFAS-aandachtlocaties en de kosten van de aanpak. De inventarisatie moet in 2030 zijn afgerond. Daarna volgt een programmatische aanpak. Locaties met de hoogste prioriteit worden ondertussen al aangepakt.
Kernpunten op een rij
- De tijdelijke regels voor LD- en ELO-staalslakken blijven gelden tot 23 januari 2027.
- Ook toepassingen van staalslakken in water worden betrokken bij de voorbereiding van nieuwe regels.
- Het uitgangspunt blijft dat kosten van milieuverontreiniging zoveel mogelijk op de veroorzaker worden verhaald.
- Het overgangsrecht voor lopende verondiepingen van diepe plassen wordt met drie jaar verlengd.
- Van de 1.742 spoedlocaties zijn inmiddels 1.046 saneringen afgerond.
- Er zijn 3.917 potentieel met PFAS verontreinigde locaties geïnventariseerd.
- Van deze locaties krijgen er 576 prioriteit voor nader onderzoek.
- Er zijn tot nu toe 57 PFAS-aandachtlocaties vastgesteld.
- In 2028 moet meer duidelijkheid bestaan over de omvang en kosten van de PFAS-opgave.
- De volledige PFAS-inventarisatie moet in 2030 gereed zijn.
Bron: openoverheid.nl - Kamerbrief Bodembeleid, Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 30 015, nr. 144, d.d. 11 mei 2026