In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is onderzocht of er in Nederland ook in de toekomst voldoende primaire bouwgrondstoffen beschikbaar zijn. Daarbij is gekeken naar zand, grind en klei en naar de belangrijkste wingebieden: de Noordzee, het IJsselmeergebied en het rivierengebied.
Deze bouwgrondstoffen zijn noodzakelijk voor onder meer woningbouw, infrastructuur, dijkversterking en kustbescherming. Ondanks de inzet op hergebruik en een circulaire economie blijven primaire bouwgrondstoffen voorlopig onmisbaar.
Bouwgrondstoffen ruim voldoende aanwezig
Uit onderzoek van TNO naar oppervlaktedelfstoffen in Nederland blijkt dat er fysiek ruim voldoende zand, grind en klei aanwezig is. De daadwerkelijke beschikbaarheid hangt vooral af van de ruimte die voor winning wordt vrijgemaakt, de vergunningverlening en het maatschappelijk draagvlak.
Voor grind geldt dat de winbare hoeveelheid in Nederland kleiner is dan de binnenlandse behoefte. Daarom blijft import van grind en vervangende producten, zoals steenslag, noodzakelijk.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert jaarlijks cijfers over de winning van oppervlaktedelfstoffen in Nederland. Deze cijfers laten zien dat de gewonnen hoeveelheden de afgelopen jaren relatief constant zijn gebleven.
Geen tekorten verwacht in komende tien jaar
Op dit moment zijn er geen tekorten aan ophoogzand, industriezand, klei en grind. Ook voor de komende tien jaar worden geen tekorten verwacht. Er is nog voldoende winning mogelijk binnen bestaande en aangevraagde vergunningen. Daarnaast kan de Europese markt eventuele verschillen tussen vraag en aanbod opvangen door middel van import.
Richting 2050 neemt de vraag naar onder meer grind en industriezand naar verwachting af. De vraag naar ophoogzand blijft ongeveer gelijk of stijgt licht. Voor suppletiezand en klei wordt juist een toename verwacht door de groeiende opgaven voor kustbescherming en dijkversterking.
Prijzen volgen ontwikkeling bouwkosten
Het ministerie liet ook onderzoek doen naar de import en prijsontwikkeling van primaire bouwgrondstoffen. Daaruit blijkt dat de prijzen van zand, grind, klei en kalksteen tussen 2000 en 2024 grotendeels in lijn zijn gebleven met de algemene ontwikkeling van de bouwkosten.
De markt heeft veranderingen in de binnenlandse winning tot nu toe goed kunnen opvangen. Grote prijsveranderingen als direct gevolg van een dalende of stijgende Nederlandse productie zijn niet vastgesteld.
rondstoffen.
Bron: tweedekamer.nl
Wingebieden zijn deels van elkaar afhankelijk
Ophoogzand wordt in ongeveer gelijke hoeveelheden gewonnen in de Noordzee, het IJsselmeergebied en het rivierengebied. Industriezand komt voornamelijk uit het rivierengebied, maar is ook in het IJsselmeergebied aanwezig.
De onderlinge afhankelijkheid tussen deze gebieden is moeilijk precies vast te stellen. Nederland maakt immers deel uit van een open Europese markt. Minder winning in één Nederlands gebied hoeft daardoor niet automatisch te leiden tot meer winning in een ander gebied.
Beschikbaarheid suppletiezand blijft aandachtspunt
Extra aandacht is nodig voor suppletiezand uit de Noordzee. Dit zand is essentieel voor het onderhouden en versterken van de Nederlandse kust. Door andere ruimteclaims op de Noordzee, zoals windenergie en kabelverbindingen, kan de bereikbaarheid van geschikte zandvoorraden op langere termijn onder druk komen te staan.
Het kabinet onderzoekt daarom welke maatregelen nodig zijn om ook na 2100 voldoende suppletiezand beschikbaar te houden.
Meer monitoring en structureel overleg
Hoewel er voorlopig voldoende bouwgrondstoffen beschikbaar zijn, wil het kabinet de ontwikkelingen nauwlettend blijven volgen. De jaarlijkse monitoring wordt uitgebreid met informatie over beschikbare voorraden binnen vergunningen, vergunningaanvragen, prijzen, import, export en ruimtegebruik.
Daarnaast komt er structureel overleg tussen het Rijk, provincies en winbedrijven. Ook wordt onderzocht hoe de gevolgen van winning voor het water- en bodemsysteem beter en meer uniform kunnen worden meegenomen bij de vergunningverlening.
Het uitgangspunt blijft daarbij dat het gebruik van primaire bouwgrondstoffen waar mogelijk wordt verminderd door hergebruik, hoogwaardige recycling en de toepassing van secundaire grondstoffen.
Reactie plaatsen
Reacties