De Bodemdalingsmonitor 2026 brengt de invloed van natuurlijke processen en gas- en zoutwinning op de Nederlandse kustbodem opnieuw in kaart. Voor de komende dertig jaar wordt minder bodemdaling verwacht dan in de afgelopen dertig jaar. Het Waddengebied blijft een belangrijk aandachtspunt.
De inzichten helpen Rijkswaterstaat bij het kustonderhoud, sedimentbeheer en de interpretatie van zeespiegelmetingen.
Belangrijkste conclusies
Voor de periode 2026–2055 wordt het totale volumeverlies door bodemdaling in het kustfundament en de getijdenbekkens geraamd op circa 120,5 miljoen kubieke meter. In de afgelopen dertig jaar was dit 141,1 miljoen kubieke meter.
Natuurlijke geologische processen vormen met circa 89,3 miljoen kubieke meter de grootste component van de verwachte daling. Gas- en zoutwinning zijn samen verantwoordelijk voor circa 31,2 miljoen kubieke meter. De grootste bodemdalingsvolumes worden verwacht in het Waddensysteem.
Door de afgenomen gaswinning vallen de prognoses lager uit dan eerder berekend. Lokaal blijft echter aanzienlijke daling mogelijk. Bij de zoutwinning ten westen van Harlingen kan de bodem in het centrum van de bodemdalingsschotel de komende decennia meer dan een meter zakken. De vernieuwde modellen hebben kleinere onzekerheidsmarges, al blijft toekomstige daling door gaswinning relatief onzeker.
Aanbevelingen voor monitoring en kustbeheer
De onderzoekers adviseren om:
-
De bodemdalingskaarten iedere vier jaar te actualiseren, tegelijk met de Zeespiegelmonitor.
-
Meetgegevens van satellietplaatsbepaling (GNSS) beter te benutten en satellietradarmetingen (InSAR) te onderzoeken om de modellen te toetsen.
-
Funderingsdieptes van gebouwen met meetstations vast te leggen, zodat verschillen tussen gemeten en berekende daling beter kunnen worden verklaard.
-
De ontwikkeling van de bodemdalingsschotel bij Harlingen iedere twee jaar te rapporteren vanwege de mogelijke invloed op het getijdenstation.
-
Bodemdaling directer te koppelen aan sedimenttekorten en kustonderhoud, om beter te bepalen hoeveel extra zand nodig is.
Het rapport benadrukt daarmee het belang van betrouwbare metingen en actuele kennis van de ondergrond voor het beheer van onze kust.
Bron: openoverheid.nl