Antwoord op vragen van het lid Stoffer over de gevolgen van het Circulair Materialenplan voor de verwerking van bodemas

Gepubliceerd op 27 augustus 2026 om 11:33

Het Circulair Materialenplan bepaalt dat AVI-bodemas alleen mag worden toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022; bedrijven krijgen twee jaar om voldoende reinigingscapaciteit te realiseren. Omdat de afzetmogelijkheden beperkt zijn, overlegt het Rijk met de sector en lokale overheden, terwijl eventuele export per aanvraag wordt beoordeeld en nader onderzoek wordt gedaan naar verbetering van de kwaliteit van Nederlandse bodemas.

Aangescherpte kwaliteitseisen

In het CMP is vastgelegd dat AVI-bodemas moet voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022. Bodemas die niet aan deze eisen voldoet, mag niet meer worden toegepast. Ook mag deze bodemas niet worden gebruikt als vulstof of granulaat bij de productie van vormgegeven bouwstoffen.

Volgens de minister is het reinigen van AVI-bodemas technisch goed mogelijk en wordt dit in de praktijk al langere tijd toegepast. Om bedrijven gelegenheid te geven hun reinigingsinstallaties en capaciteit aan te passen, geldt een overgangstermijn van twee jaar.

Wanneer deze termijn in bepaalde situaties onvoldoende blijkt, kan worden bekeken of uitstel nodig is. Voorwaarde is dat de sector zich naar het oordeel van het Rijk voldoende heeft ingespannen.

Export wordt per aanvraag beoordeeld

Export van bodemas kan een tijdelijke oplossing bieden voor de oplopende voorraden. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) beoordeelt verzoeken om export aan de hand van de Europese regels voor de overbrenging van afvalstoffen en het toetsingskader van het CMP.

Bij aanvragen voor export ten behoeve van een andere nuttige toepassing beslist de ILT per afzonderlijk geval of hiermee kan worden ingestemd. Indien nodig kan de ILT gemotiveerd afwijken van het CMP.

Lokale beperkingen blijven mogelijk

Het CMP roept gemeenten en andere bevoegde gezagen op om geen generieke beperkingen op te leggen aan secundaire bouwstoffen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Bij voorkeur wordt per bouwstof en per toepassingslocatie een afzonderlijke afweging gemaakt.

Een algemeen verbod of aanvullende lokale beperking blijft juridisch echter mogelijk. De Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving bieden bevoegde gezagen de ruimte om lokaal aanvullende maatregelen te treffen.

De rijksoverheid, decentrale overheden en de sector voeren overleg om het vertrouwen in de verantwoorde toepassing van gewassen bodemas te herstellen. Daarbij zijn onder andere het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Omgevingsdienst NL betrokken.

Onderzoek naar kwaliteit Nederlandse bodemas

Opwerkers signaleren dat er verschillen bestaan tussen ongereinigde bodemas uit Nederlandse afvalverbrandingsinstallaties en bodemas uit onder meer België en Frankrijk. Er wordt daarom een onderzoek voorbereid naar deze kwaliteitsverschillen en de gevolgen daarvan voor de reinigbaarheid.

Ook wordt onderzocht of het nodig en mogelijk is om te sturen op een betere kwaliteit van ongereinigde bodemas en welke gevolgen dit kan hebben voor het verbrandingsproces. De Tweede Kamer wordt na afronding over de onderzoeksresultaten geïnformeerd.

Bron: open.overheid.nl / officielebekendmakingen.nl