Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat in 2027 een onafhankelijke periodieke rapportage opstellen over het beleid voor bodem en ondergrond. De rapportage moet inzicht geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid in de periode 2020–2026.
Sinds de vorige beleidsevaluatie in 2020 is er veel veranderd. Naast de aanpak van historische bodemverontreinigingen spelen nieuwe vraagstukken een steeds grotere rol. Het gaat onder andere om PFAS en andere diffuse verontreinigingen, bodemdaling, verzilting, klimaatverandering en de toenemende ruimtelijke druk in de ondergrond. Ook het verantwoord toepassen van circulaire materialen krijgt aandacht.
In de rapportage wordt onder meer onderzocht:
- of de doelstellingen voor bodemsanering voldoende concreet en meetbaar zijn;
- of de beschikbare middelen voor bodemsanering doelmatig worden ingezet;
- hoe effectief nieuwe beleidsinstrumenten zijn bij de aanpak van onder andere PFAS, bodemdaling en verzilting;
- wat de intensivering van het bodemtoezicht door de Inspectie Leefomgeving en Transport oplevert;
- in hoeverre de doelstellingen van de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) worden bereikt;
- wat de gevolgen zijn wanneer 20% minder of juist 20% meer financiële middelen beschikbaar komen.
De evaluatie kijkt daarnaast naar de samenwerking tussen het Rijk, decentrale overheden, wetenschap en bedrijfsleven. Het ministerie is verantwoordelijk voor het wettelijke stelsel, terwijl gemeenten en provincies een belangrijke rol hebben bij de uitvoering van bodemtaken.
Het onderzoek start naar verwachting in het laatste kwartaal van 2026 en duurt ongeveer een halfjaar. De staatssecretaris wil de rapportage, samen met een reactie op de aanbevelingen, in het najaar van 2027 aan de Tweede Kamer aanbieden. De resultaten moeten richting geven aan het toekomstige beleid voor een duurzaam gebruik en beheer van bodem en ondergrond.
bron: open.overheid.nl